USINE en de gemeente Utrecht hebben op 6 oktober jl. een discussiemiddag gehouden over het verleden en de toekomst van het werkspoorgebied te Utrecht (op de luchtfoto het werkspoorgebied in 1964). De bijeenkomst vond plaats in de montagehal van de voormalige apparatenfabriek van Werkspoor. Met een kleine excursie is de voormalige voorbewerkingshal bezocht en zijn de nog bestaande gebouwen langsgelopen.

Utrecht foto Montagehal Werkspoor USINE oktober 2012De geschiedenis en de gebouwen van het Werkspoor zijn uitgangspunt geweest bij de inleidingen en verkenning van toekomstige transformaties in dit gebied. De opgave voor het Werkspoorgebied is tweeledig: aan de ene kant het zorgvuldig omgaan met bestaande cultuurhistorische waarden en aan de andere kant het erfgoed een inspiratiebron en vertrekpunt laten zijn van nieuwe ontwikkelingen en een nieuwe identiteit.

Vanuit de gemeente heeft Leen de Wit de langjarige visie van de gemeente Utrecht voor het werkspoorgebied uiteen gezet. Het werkspoorgebied ligt inmiddels in het centrum van de gemeente. De ontsluiting verdraagt geen grote verkeersstromen meer. Zowel haar visie, vastgelegd als Werkspoorkwartier, als het in het bestemmingsplan vastgelegde idee geeft veel ruimte voor een creatieve invulling. Creatief in de zin van kleine opkomende bedrijven als ook ruimte voor nieuwe maakindustrie.

Vanuit USINE heeft Bert Poortman een inleiding verzorgd over de geschiedenis van het Werkspoor. In 1913 kwam Werkspoor voor de fabricage van o.a. treinen en stalen bruggen naar Utrecht. Op haar hoogtepunt had het bedrijf 5.000 medewerkers. Naast treinen produceerde het bedrijf toen ook bussen, bruggen, ijzergietwerk, apparaten voor o.a. de petrochemische industrie, staalconstructies en had het een grote buitendienst voor installatietechniek in de industrie. De laatste treinen werden geleverd in 1972, in 1983 viel het doek voor de apparatenfabriek van Werkspoor. Behouden gebleven gebouwen zijn de montagehal, de energiecentrale, de haven met brug, de voorbewerkingshal (Fast Fabrications), de montagehal van wagons (Kidzcity), de bewerkingshal voor constructies en apparaten (Central Studios), het oude kantoor met ontwerpafdeling (Vlampijpateliers) en het ontspanningsgebouw.

De filmmaaksters Mariska Pluck en Ylonka van Es duidden de culturele betekenis van het werkspoorgebied voor bewoners, oud-medewerkers en andere betrokkenen. Met hun project ‘De kracht van Zuilen’ leggen ze op creatieve wijze herinneringen en manifestaties van de wijk vast. De herinneringen aan de fabrieken Werkspoor en DEMKA nemen daarin een prominente rol in. In het kader van de Vrede van Utrecht 2013 wordt van 17 tot 19 juni 2013 een multimediale manifestatie georganiseerd.

Na de pauze gaf Gerda Brethouwer van adviesbureau BMC een analyse naar de inbreng en wensen van de verschillende belanghebbenden bij de transitie van erfgoed. Ludwin Budde en Wim Verbakel (van het initiatief PIT) gaven een voorbeeld uit Enschede, waarbij de specifieke wensen van de gemeente en eigenaren en (toekomstige) gebruikers bij hergebruik van onroerend erfgoed verbonden worden.

De excursie is geslaagd geweest. Het behoud van de cultuurhistorische waarde van het Werkspoorgebied is de moeite waard: voor oud medewerkers, omwonenden, het geheugen van de stad en initiatiefnemers voor andere vormen van bedrijvigheid.

Tagged on: