Tolhuizen zijn er nog steeds. De tol was slechts een luttel bedrag voor de personen, handkar, koeien, koets en beladen wagen die het tolhuis passeerden. Toch beperkte het de handel tussen plaatsen en steden. De aanleg van wegen was niet mogelijk geweest zonder tolheffing. En het noodzakelijke onderhoud aan de wegen moest ook betaald worden. Dat hoeft inmiddels in de provincie Utrecht niet meer.

Tolhuis Maarnse Grindweg Maarsbergen

Tolhuis Maarnse Grindweg Maarsbergen

In de 19e eeuw kwam de infrastructuur in de provincie Utrecht tot ontwikkeling. Diverse wegen zijn met particulier geld aangelegd en met de heffing van tolgeld kwam de investering in de aanleg en het onderhoud terug. Daarnaast hadden de steden stadspoorten. Deze waren na 1830 maar beperkt nodig voor de verdediging en veiligheid van de stad, veel meer dienden ze een tweede functie: de heffing van allerlei accijnzen op de invoer en uitvoer van goederen.

Het Rijk liet de aanleg van de wegen aan de provincies over inclusief de Rijkswegen. Rijksweg 2 (de Route National) was tot 1820 de enige verharde straatweg. Naast de provincie waren het particulieren die wegen mochten aanleggen, zoals in 1815 de straatweg van Naarden naar Amersfoort; in 1825 de Soestdijkerstraatweg tussen Utrecht, Maartensdijk en Soestdijk. Voor deze wegen moest tol betaald worden. Ook de door lokale overheden aangelegde wegen tussen plaatsen waren vaak van tolhekken en tolhuizen voorzien.

De grote wegen der eerste klas werden na 1819 bestraat, waaronder de weg van Vollenhoven naar Driebergen, Doorn, Amerongen en Rhenen. De straat ging over de hoger gelegen delen van de Utrechtse Heuvelrug en vermeed de lagere delen. De weg van Zeist naar Woudenberg was als weg der eerste klas als laatste voor bestrating in 1831 aan de beurt. Veel andere wegen en ook de tolwegen moesten het nog doen met bezanding, puinverhardingen, leem en grind, allemaal al belangrijke stappen voor de bereikbaarheid.

Tol moest betaald worden voor elke weggebruiker: rijtuig of wagen, paard, muilezel of muildier, vrachtkarren per gewichtsklasse, hondenkar of -wagen, koeien, schapen, varkens etc, behalve voetgangers. Het tarief was in hele en halve centen. Tarieven moesten concurreren met het vaarverkeer en verschilden per tolweg.

Pas in de loop van de 19e eeuw werd vrij transport van goederen en personen als een belangrijke economische voorwaarde gezien. De vrije handel bevorderde de economie, terwijl de bescherming van lokale belangen ze juist schaadde. Pas aan het einde van die eeuw werden de meeste tolwegen en tolhuizen opgedoekt. De Vreeswijkse en de Jutphase tol zijn pas op 1 februari 1947 definitief opgeheven. Daardoor was de weg Vreeswijk – Jutphaas – Utrecht na vele eeuwen eindelijk tolvrij.

Er staan nog ruim twintig tolhuizen in de provincie Utrecht:

  • Achterveld – Klettersteeg 5 – het tolhuis/de tolgaarderswoning uit 1880, tol is geheven tot 1934
  • Amersfoort – Bloemendaalsestraat 73 – accijnshuisje / douanehuis, Rijksmonument uit 1840
  • Baarn – Hilversumsestraatweg 22 – een tolhuisje, Rijksmonument uit 1906, staat ook bekend als het ‘Zouthuisje’; Biltseweg 25 – een tolhuis voor het Veenhuizertol uit 1826 en Heiligenbergerweg 2 – tolhuis/tolgaarderswoning, een Rijksmonument uit de periode 1807-1827, tevens jachtopzienershuis
  • Bunnik – Tolhuislaan 1 – een tolhuis uit 1827
  • De Bilt – Soestdijkseweg Zuid 98 – een tolhuisje uit 1827, in 1960 naar de overkant van de weg verplaatst
  • Doorn – Dorpsstraat 3 – het tolhuis van de Rijksstraatweg, gemeentelijk monument uit 1838, tot 1881 is er tol geheven
  • Harmelen – Dorpsstraat 103 – een tolhuis, gemeentelijk monument uit ca 1830
  • Langbroek – Langbroekerdijk B 11 – een tolhuis en jachtopzienershuis, rijksmonument uit 1867
  • Leusden – Hamersveldseweg 1-3 – tolhuis/tolgaarderswoning ‘De Tolboom’ uit 1847; Heiligenbergerweg 2 – tolhuis/tolgaarderswoning, een Rijksmonument uit de periode 1807-1827, tevens jachtopzienershuis; Hessenweg 88 Stoutenburg – tolhuis/tolgaarderswoning uit ca 1900; Stoutenburgerlaan 1 Stoutenburg Noord – tolhuis/tolgaarderswoning en portierswoning, een gemeentelijk monument bij buitenplaats Stoutenburg uit 1904; Treekerweg 1 – tolhuis/tolgaarderswoning Bavoortse Tol of D’Oude Tol uit 1883, van 1827 tot 1883 werd de tol vanuit herberg Huize Bavoort geïnd; Vieweg 2 – tolhuis/tolgaarderswoning uit 1869
  • Linschoten – Nieuwe Zandweg 14 – het tolhuisje/tolgaardershuisje bij de aanleg van de Nieuwe Zandweg, Rijksmonument uit 1838
  • Loenersloot – Rijksstraatweg 203 – een tolhuis en een brugwachterswoning uit respectievelijk 1676 en 1930, de eerste is Rijksmonument
  • Maarsbergen – Maarnse Grindweg 51 – het rijksmonumentale tolhuis uit 1848 van na de bestrating van de weg Leersum-Woudenberg; zij is identiek aan het tolhuis in Woudenberg; tol is geheven tot 1924
  • Maartensdijk – Koningin Wilhelminaweg 1 – het tolhuis uit 1835 van na de bestrating van de weg Utrecht-Soestdijk; na bestorming door automobilisten is de tol pas in 1953 afgeschaft
  • Renswoude – Barneveldsestraat 38 – het tolhuis aan de straatweg Renswoude-Zuiderzee, gemeentelijk monument uit 1860; midden 19e eeuw bestond er geen snelle verbinding tussen de Rijn en de toenmalige Zuiderzee. Vanuit Renswoude moest je over een zandweg naar Barneveld en vandaar verder via Voorthuizen en Putten naar de oever van de zee. In 1857 besloten de gemeenten Barneveld, Putten en Renswoude gezamenlijk een aanvraag in te dienen bij het Rijk en de provincie Utrecht voor een bijdrage om de zandweg te verharden tot ‘Barneveldsestraat’. De tolheffing is pas tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) beëindigd
  • Soest – Park Vredehof 11 – vm jachthuis / tolhuis, een Rijksmonument uit 1831
  • Utrecht – Wittevrouwenstraat 44 – het accijnshuis in de plaats van de in 1856 afgebroken Wittevrouwenpoort
  • Vianen – Lexmondsestraatweg 8 – tolhuis uit 1814, tot 1900 in gebruik aan de route Napoleon
  • Woudenberg – Maarsbergseweg 90 – tolhuis tot 1926 aan de straatweg Woudenberg naar Darthuizen, een gemeentelijk monument uit 1851.

Tolhuizen waren soms ook brugwachterswoningen of horecagelegenheden. Ook zij hieven in vroege tijden de tol op de doorgang van goederen, vervoersmiddelen of dieren.

Datering 19e eeuw
Soort gebouwen van cultuurhistorische waarde
Trefwoord aan wegen verbonden bebouwing

 

Tolhuis Langbroekerdijk B Langbroek

Tagged on: