Steenfabrieken horen in de uiterwaarden: daar is de klei te vinden en kunnen de boten aanmeren. Het heeft een belangrijk nadeel: het gebied loopt elk jaar onder water. Steenfabriek Timmermans vernieuwde haar fabriek op steeds hoger liggende terpen, dan kon het hele jaar door gewerkt worden. Dat bleek voor behoud van de gesloten fabriek funest: Rijkswaterstaat heeft het terrein weer verlaagd voor haar programma ‘Ruimte voor water’. Slecht de schoorsteen (ingekort) en de bedrijfswoning van Timmermans is bewaard gebleven.

Elst Timmermans schoorsteen temidden van sloop

Slechts de schoorsteen staat er nog – alleen ingekort

Een terrein gelegen in de Allemanswaard, genaamd “De Boomgaard”, kwam in de tweede helft van de 19e eeuw samen met het nabij gelegen Hoge Huis door vererving in het bezit van de Elsterse tabaksplanter Jelis Gijsbert van Klinkenberg. Zijn zoons Cornelis en Gerardus Anne van Klinkenberg begonnen in 1877 op dit terrein met een steenfabriek in de vorm van een veldoven. De uiterwaarden van de Lek zijn zeer geschikt voor een steenfabriek. Al in 1660 was er op deze plaats sprake van een steenbakkerij. In dat jaar kreeg Joost Barten opdracht van Het Kapittel van de Sint Pieter als grondeigenaar om de “Steenplaets te removeren en de steencuylen te slechten”.

In 1884 heeft de fabriek een aansluiting gekregen op de nieuwe tramlijn Utrecht-Arnhem, in dat jaar van Utrecht tot aan het dorp Elst aangelegd. Deze tramaansluiting bleef tot 1937 in gebruik. De tram voerde steenkolen aan, en stenen naar de afnemers langs de lijn naar de stad. In 1901 had de steenfabriek Gebroeders van Klinkenberg 69 arbeiders in dienst, van wie het grootste deel uit Elst afkomstig waren. De fabriek kwam in 1937 in bezit van H.W. Timmermans uit Oosterbeek. Daarna volgden verschillende eigenaren, achtereenvolgens de firma’s Tol, De Simpel (Belgische firma), Hanson (Engelse firma) en Terca. Terca is opgegaan in de Oostenrijkse firma Wienerberger. Deze laatste eigenaar hevelde de productie over naar andere vestigingen en verkocht het fabriekscomplex in 2009 aan Rijkswaterstaat.

De fabriek was met de tijd gemoderniseerd en van een veldoven overgestapt naar een ringoven en vervolgens een vlamoven. Het fabrieksterrein werd enkele malen opgehoogd, waarbij nog aanwezige resten van de vroegere fabriek en een draaicarrousel van de voormalige smalspoorlijn onder het huidige fabriekscomplex terecht kwamen. Door de ophogingen was de fabriek indertijd van een seizoenbedrijf, bij hoog water een bedrijfsstop, naar een continubedrijf gegaan. De laatste modernisatie betrof de bouw van een volledig geautomatiseerde gasgestookte tunneloven, goed voor de jaarlijkse fabricage van miljoenen stenen. De schoorsteen is waarschijnlijk van de vroegere vlamoven. Op de foto staat de originele schoorsteen, voor de inkorting van 2014.

Rijkswaterstaat heeft in 2009 de fabriek en met name het fabrieksterrein gekocht voor haar programma ‘Ruimte voor water’. De uiterwaarden van de Lek worden weer benut om bij hoog water als waterbuffer te dienen. De sloop van de fabriek is in 2011 begonnen. Het terrein is afgegraven. De aanwezige fabrieksschoorsteen en de voormalige bedrijfswoning zijn de enige nog aanwezige bouwwerken die verwijzen naar de vroegere bedrijfssituatie. De schoorsteen is een passende herinnering in het lint van (voormalige) steenfabrieken langs de Neder-Rijn en Lek.

Datering 1877, 1884
Adres 3922 GA Elst, gemeente Rhenen
Soort industrieel object van cultuurhistorische waarde
Trefwoord aan water verbonden regionale bedrijvigheid en later landelijke industrie
Tagged on: