Op eerste kerstdag werd geheel Utrecht opgeschrikt door een lokale brand. Rook en vlammen sloegen uit een in ongebruik lijkende loods van Trip. Enkele dagen na de brand lijkt de schade beperkt.

De brand sloeg door de ramen naar buiten met daarbij veel rook. Het blijkt achteraf een binnenbrandje te zijn geweest. Aan de zij- en voorgevels en het dak van het pand is weinig te zien. Aan de zijde van de Vaartsche Rijn zijn de ramen gesprongen.

De monumentenstatus is zeer waarschijnlijk de oorzaak dat het pand er nog staat, verkommerd of niet. Een klein deel van de gebouwen op De Helling en Heuveloord lijkt daarmee te ontsnappen aan de bouwwoede in de stad. Het pand is bij ons bekend als loods, gebouwd circa 1880 voor de cementopslag op deze plek aan de Vaartsche Rijn. Het pand is een laatste overblijfsel van de jarenlange handel van Steen- en Betonwarenfabriek Maatschappij vh Erven H. Trip. Over Trip is meer te lezen onder de link.

Het pand heeft in latere jaren dienst gedaan als opslagloods voor de Utrechtse glashandel Nagtglas. Witteveen Warmtetechniek maakte als laatste bedrijf gebruik van het pand, maar dat is al vele jaren geleden. De eigenaar van het pand, in het bezit van meer panden in Utrecht, doet nauwelijks iets aan het onderhoud. Aan zijn ooit fraaie motorbootje is dat af te zien. Het pand was tot voor kort woning, er staan spullen opgeslagen en het is de stalling voor een auto. Naar gevreesd mag worden, zal de brand weinig verandering brengen aan de intenties van de eigenaar.

Het confronteert ons met de vergankelijkheid van het leven. Of mag de glans van vergane glorie af zijn?