Touwfabriek Van der Lee en haar touwbaan te Oudewater

Touwfabriek Van der Lee en haar touwbaan te Oudewater

Touwfabriek Van der Lee in Oudewater draaide op hennep. Hennepteelt had van oudsher een nuttige bestemming: touwen voor de scheepvaart, landbouw, in bedrijven, om te sjorren etc. In Oudewater was veel touwindustrie gevestigd. De langste touwbaan is 350 meter lang en staat er nog steeds, bij Touwfabriek Van der Lee. Hier komen de zwaarste scheepstrossen vandaan.

Ulbo Twijnstra veevoederfabriek Utrecht – nu de Fabrique

Ulbo Twijnstra veevoederfabriek Utrecht – nu de Fabrique

De veevoederfabriek Ulbo Twijnstra is nu de Fabrique. Het begon met de aanleg van het Merwedekanaal rond het jaar 1890. Twijnstra begon naast zijn vestiging in Akkrum met een tweede vestiging in toenmalig Maarssen in het jaar 1921. De fabriek is na diverse uitbreidingen in het jaar 1996 gestopt. Een particuliere eigenaar heeft er evenementencomplex De Fabrique van gemaakt.

Tabaksschuren Amerongen-Elst-Rhenen

Tabaksschuren Amerongen-Elst-Rhenen

Tabaksschuren zijn te vinden in Amerongen, Elst en Rhenen. Juist op de zuidflanken van de Utrechtse Heuvelrug is de tabaksteelt kenmerkend geweest. De tabaksindustrie in nabij liggende steden kwam er uit voort. In het gebied staan nog vele tabaksschuren en tabaksboerderijen. Een aantal ervan is door een ingrijpende renovatie geschikt gemaakt voor bewoning, met behoud van het karakteristieke uiterlijk.

Steenfabriek Bosscherwaarden te Wijk bij Duurstede

Steenfabriek Bosscherwaarden te Wijk bij Duurstede

Steenfabriek Bosscherwaarden te Wijk bij Duurstede, bij de rivieren horen van oudsher steenfabrieken. Aan de oevers is niet alleen de grondstof klei te vinden, het water is eeuwenlang de transportweg naar de afnemers geweest. In de provincie Utrecht is slecht één fabriek te Woerden in bedrijf gebleven. De in 1991 gesloten steenfabriek Bosscherwaarden is nu in beheer bij Het Utrechts

Zware industrie – vanaf de 19e eeuw in Utrecht

Zware industrie – vanaf de 19e eeuw in Utrecht

Utrecht en zware industrie hebben vanaf het begin van de industrialisatie bij elkaar gehoord. De fabrieken in de havensteden hadden schepen om van (stoom-)machines te voorzien. Twente had de textiel, maar in Utrecht bleef genoeg over voor de bruggen, poldergemalen, suikerindustrie, gasfabrieken en export naar de koloniën. Het zijn uiteindelijk Werkspoor en DEMKA die de beelddragers werden van deze industriële