Stadsverwarming: al in 1923 vond Utrecht een nuttige bestemming voor het koelwater van de elektriciteitscentrale. Het hete water gaat door geïsoleerde buizen naar gebouwen en huizen. Daar voedt het de warmtewisselaars voor de CV en de warmwatervoorziening. Ook de nieuwste wijken van Utrecht zijn er van voorzien. Naast de elektriciteitscentrales zijn de hulpwarmtecentrales daarvan zichtbare bakens.

Utrecht Kanaalweg Hulpwarmtecentrale stadsverwarming Kanaleneiland

Hulpwarmtecentrale stadsverwarming Kanaleneiland

In 1923 werden in Utrecht tussen de elektriciteitscentrale in de Nicolaas Beetsstraat en het Algemeen Ziekenhuis aan de Catharijnesingel (AZU) de eerste leidingen voor warmtelevering aangelegd. Vervolgens koppelde de Nederlandse Spoorwegen haar centrale verwarming aan van de gebouwen aan het Moreelse Park. De warmte van het koelwater van een elektriciteitscentrale kon op deze manier voor het eerst nuttig gebruikt worden: voor de verwarming van gebouwen. Het is het begin van de stadsverwarming, Utrecht was daarmee de eerste stad in Nederland.

Het warmtenet groeide met de omvang van de stad mee. De grote centrale aan het Merwedekanaal PEGUS I nam de warmtelevering in 1926 over en in 1956 kwam de centrale Lage Weide daarbij. In de buitenwijken kwamen hulpwarmtecentrales. Die situatie is heden ten dage niet veranderd.

Voor een gegarandeerde levering werken de hulpwarmtecentrales bij pieken in de vraag (winterse dagen) of bij een storing. De eerste hulpwarmtecentrale is de oude centrale aan de Nicolaas Beetsstraat (volledig vernieuwd in 1995). Door de groei van de stad en het warmtenet was er steeds meer capaciteit nodig. In 1948 is pal tegen het Maliebaanstation (nu Spoorwegmuseum) een hulpwarmtecentrale gebouwd voor de oostelijke stad. Het gebouw staat er nog altijd maar is nu als magazijn in gebruik bij het museum.

Voor de westelijke stad met de nieuwe wijk Kanaleneiland is een derde hulpwarmtecentrale gebouwd. Deze staat sinds 1962 aan de Kanaalweg met drie gemetselde schoorstenen, olie-opslagtanks en bovengrondse expansiewarmtepijpen. Deze centrale is met diverse moderniseringen nog steeds in gebruik. Zij werkte met haar reserve-olietanks ook als de gaslevering haperde. Bovenstaande foto kon in 2015 genomen worden voor de te startten nieuwbouw Wilhelminahaven naast de locatie.

Utrecht Esmoreitdreef hulpwarmtecentrale Mijnlieff

Hulpwarmtecentrale Mijnlieff voor Overvecht

In 1968 is in en voor de wijk Overvecht de hulpwarmtecentrale ir. A.J. Mijnlief in gebruik genomen, bovenstaande foto, en al vlot met een tweede eenheid uitgebreid. Groeistad Nieuwegein heeft ook stadsverwarming met een hulpcentrale aan de Doorslag. In de nieuwe wijk Leidsche Rijn is stadsverwarming de basis. Daarvoor werd centrale Lage Weide vernieuwd. Ze zal op termijn bestaan uit zes heetwaterketelinstallaties met daarop aangesloten de generator en de warmtewisselaars voor het warmtenet. Daarmee is de toekomst van dit baken aan het Amsterdam-Rijnkanaal veilig gesteld.

Exploitant van de stadsverwarming was de PEGUS, later Nuon Power Generation B.V. en sinds kort  Eneco. Stadsverwarming is een belangrijk wapen tegen de CO2 uitstoot. Het is alleen de vraag of de investering in dure leidingen nog uit kan bij de hoge isolatiewaarden van nieuw gebouwde panden of na ingrijpende renovaties.

De hulpwarmtecentrale aan de Kanaalweg in Utrecht is met haar schoorstenen in 2013 een gemeentelijk monument geworden. Deze hulpcentrale gaat haar functie door nieuwbouw in de directe omgeving verliezen. Hopelijk is de gemeente met eigenaar Eneco bereid om meer delen van dit complex te behouden, zoals bijvoorbeeld de olietanks, de gebouwen en de indrukwekkende aansluitingen op de schoorstenen. Met schoorstenen alleen houdt je de herinnering niet vast.

Datering 1948, 1962, 1968
Adres Kanaalweg 60a (foto, 1962), Esmoreitdreef 2 (1968-1970), Maliebaanstation (1948), allen te Utrecht
Soort industriële objecten van cultuurhistorische waarde
Trefwoord nutsbedrijf voor de elektriciteitsvoorziening en stadsverwarming
Tagged on: