De fietsexcursie van zaterdag 3 oktober met een lezing over de industriële ontwikkeling van Baarn bevestigde het beeld van de plaats: er is meer industriële bedrijvigheid geweest, maar veel sporen ervan zijn verdwenen.

Baarn De Generaal - voormalig buurtspoorwegstation

Baarn was lang een boerendorp met bedrijvigheid aan de Eem. Na 1800 kwam de industrialisering langzaam op gang. Procentueel gezien was de grootste stijging van het aantal inwoners rond 1810 toen Scherenberg in Baarn zijn tapijtindustrie had. Eind 19e eeuw kwam het toerisme op en ontwikkelde Baarn zich tot een modern dorp met een verzorgingsindustrie. Een gasfabriek, watertoren, slachterij en ijsfabriek. De ontwikkeling van Baarn en haar bedrijvigheid werd toegelicht door Michiel Kruidenier. Pas in de crisisjaren van 1930 kwam het in Baarn tot het besef om bedrijvigheid aan te trekken en een bedrijfsterrein in te richten.

Door WO II heeft dat in de periode van de wederopbouw plaats gevonden. Boerenbedrijven verdwenen en enkele grotere industrieën vestigen zich in het dorp, zoals de platenindustrie van Philips, de kunststeenindustrie (Ocrietfabriek, Ellesha), de voedingsindustrie (De Ruyter, Conimex, Inproba), drukkerijen (Bosch&Keuning, Hollandia, Wolters Noordhoff, Bakker, De Fontein, De Prom, Ten Have). Inmiddels is de (maak-)industrie verdwenen.

Met een overzichtelijke groep bezochten we per fiets de restanten die tot het industrieel erfgoed van deze plaats gerekend kunnen worden.

.