Het gemeentehuis van Zeist is de afgelopen jaren ingrijpend vernieuwd. Twee oude panden in de directe omgeving zijn gespaard gebleven: het soephuis en een voormalige azijnmakerij met woning. Ze hebben weinig met elkaar te maken, behalve de locatie bij het gemeentehuis.

Maurikstraat 6 Azijnmakerij De Ster met woning Zeist foto Kees BreunesseAzijnmakerij ‘De Ster’

Volgens een advertentie in de Weekbode verkocht de firma in 1864 zogenoemde Keulsche azijn in vier kwaliteiten. Naast eerste kwaliteit wijnazijn waren er drie tafelazijnen. De azijn werd gemaakt door azijnzure gisting van alcoholische vloeistoffen, waaronder wijn. De tafelazijnen ontstonden door een deel wijnazijn met alcohol en water te mengen.

In de vergunningaanvraag van Liefrink staat over het gebruik van de fabriek: “het lokaal op de tekening bestaat uit een pakhuis voor de opslag van fusten azijn, lege vaten en flessen en andere voorwerpen voor de fabricage. De azijn wordt bereid in de op de tekening aangegeven azijnkamer. Deze kamer wordt verwarmd door een porseleinen kachel. De bereiding geschiedt zonder stoom of paardenkracht, is daardoor niet geruismakend en het fabriceren is ook niets ten nadele van de gezondheid”

De azijn werd door de firma uitgevent met een handkar met één of meer azijntonnen erop, zo smal dat deze in de smalle gang naast de fabriek nog net de bocht kon maken om via de schuurdeuren naar binnen te kunnen.

In 1918 waren de bewoners van het pand H. Liefrink, azijnfabrikant, H.H. Liefrink azijnfabrikant en mej. G. Liefrink, onderwijzeres. De eerstgenoemde H. Liefrink was zoon Hendrik of Azijn- Hein, de tweede H.H. Liefrink, de in 1925 overleden (mede)stichter van de azijnmakerij. Moeder Liefrink-Van Blanken is al in 1896 overleden. Na 1925 was Hendrik Liefrink de enige eigenaar. Na zijn overlijden in 1957 werd de azijnmakerij opgeheven.

Maurikstraat 9 Soephuis Zeist

Het soephuis – de soepkokerij

In 1829 werd op initiatief van particulieren de Algemene Armencommissie opgericht. Naast uitdelingen, zorgde deze voor werkverschaffing en geneesmiddelen. Vanaf 1865 vond uitdeling van voedsel plaats vanuit een eigen lokaal achter de Oude Kerk aan de Maurikstraat 9, bijgenaamd het Soephuis. Het pand staat in die tijd naast de kosterswoning van de Hervormde Kerk, zij stelden de grond beschikbaar.

Een soepketelapparaat is al tijdens de strenge winter van 1845-1846 door collectes aangekocht. Verschillende strenge winters heeft het zijn dienst al bewezen. De ketel bleek echter onderhoudsgevoelig en dat zorgde voor veel kosten. Sanering werd in zachtere winters overwogen, maar verkoop leverde te weinig op. In de eerste winters in de jaren na 1860 werd weer een groot beroep gedaan op de soepuitdeling. Het stond in het plaatselijk gerecht en de commissie soepuitdeling wilde graag een eigen lokaal. Het gevaarte met stoomketel en pomp kon pas in 1865 in een definitieve behuizing worden geplaatst.

In de eerste drie maanden na de opening werden ruim 4.000 porties soep uitgedeeld. Een portie was overigens een pan voor het hele gezin. De soepkokerij was een grootschalige aangelegenheid. Een jaar later, tijdens de cholera-uitbraak van 1866, werden naast zo’n 9000 porties soep, circa 900 hemden uitgedeeld, bijna 400 liter witkalk om huizen mee te ontsmetten en ruim 1800 balen stro om op te slapen.
In 1909 nam de gemeente de zorg voor de bedeling van armen over.

Datering 1676 en 1865
Adres Maurikstraat 6, Maurikstraat 9 – 3701 HC Zeist
Soort omgeving met gebouwen van cultuurhistorische waarde
Trefwoord lokale bedrijvigheid
Auteursrecht foto’s Kees Breunisse

Bron: De tekst over de azijnmakerij is ontleend aan: Architectuur- en bouwhistorisch onderzoek met waardestelling Azijnmakerij ‘De Ster’, BBA 2007. Het soephuis is beschreven in L. Visser, Het soephuis – vroeger en nu, 1996.

Delen:Share on FacebookShare on LinkedInTweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageShare on Google+Email this to someone
Tagged on: